Was Hitler links? De staat boven het individu
1. Van Gentile tot Hitler en Stalin: hoe een links staatsidee absolute macht rechtvaardigde
De linkse wortels van het fascisme
Wie wil begrijpen hoe een staat alle aspecten van het leven kan gaan beheersen, moet voorbij het etiket ‘fascisme = rechts’ kijken. De belangrijkste theoreticus van het fascisme kwam van links: Giovanni Gentile (1875-1944).
Gentile was een linkse, socialistisch gevormde filosoof. Hij publiceerde al in 1899 La filosofia di Marx en was jarenlang actief in de linkse, idealistische traditie die voortbouwde op Hegel en Marx. Zijn actualisme stelde dat de mens zichzelf alleen verwezenlijkt in een groter historisch en maatschappelijk geheel.
Gentile nam die linkse kernpremissie mee: het individu heeft geen eigen betekenis buiten het collectief. Waar Marx dat collectief invulde als klasse, vulde Gentile het in als staat. Het is geen breuk met het linkse denken, maar een interne verschuiving: van klassenstaat naar nationale staat. De uitkomst blijft dezelfde: het individu wordt ondergeschikt aan het geheel.
Voor Gentile was de staat geen neutraal bestuursapparaat, maar een ethische gemeenschap die het individu vormt. In de fascistische uitwerking werd dat radicaal: de staat werd doel waaraan het individu zich moest onderwerpen. De vraag is dan: als de staat het algemeen belang bepaalt, wie bewaakt de staat?
2. Van linkse filosofie naar fascistische doctrine
Benito Mussolini (1883-1945) kwam zelf uit de socialistische partij en richtte in 1919 de Fasci op. Hij was een machtsorganisator, geen filosoof. Gentile – de linkse filosoof – gaf hem de legitimatie: de staat als hoogste gemeenschap.
Na oktober 1922 werd Gentile minister van Onderwijs, in 1925 schreef hij het Manifesto degli intellettuali fascisti, in 1932 verscheen La dottrina del fascismo – filosofisch deel van Gentile, politiek deel van Mussolini. De boodschap: de staat is niet ondergeschikt aan individuen. Zodra de staat zichzelf tot hoogste morele autoriteit verklaart, wordt verzet tegen de staat verzet tegen de gemeenschap zelf.
3. Hitler: dezelfde machtslogica, raciale invulling
Adolf Hitler (1889-1945) keek met bewondering naar Mussolini. Hij nam de ideologie niet letterlijk over, maar de structuur wel: verwerping van pluralisme en de claim de wil van de gemeenschap te belichamen.
Waar Gentile de nationale staat centraal stelde als ethische gemeenschap, stelde Hitler óók de staat - belichaamd in de Führer - als hoogste niveau centraal. Alleen werd de inhoud anders: de staat moest het 'Arische' belang bewaken en uitvoeren. De raciale gemeenschap was dus niet het hoogste gezag zelf, maar het doel dat de almachtige staat diende te beschermen.
Met Machtigingswet (1933), partijverbod en Neurenberger wetten (1935) werd de democratie ontmanteld. Verschillende invulling, zelfde mechanisme: een onbegrensde staat die bepaalt wie tot de gemeenschap behoort, uitmondend in de Holocaust.
4. Stalin: het linkse vervolg
Dat het mechanisme niet specifiek rechts is, bewijst Jozef Stalin (1878-1953). Hij regeerde vanuit de oorspronkelijk linkse ideologie zelf – communisme en klassenstrijd. Ook daar verdween individuele vrijheid en onafhankelijke tegenmacht.
Tijdens de Grote Zuivering werden loyale partijleden als verraders bestempeld. En ook etnische deportaties hoorden erbij: Koreanen (1937), Wolga-Duitsers (1941), Krim-Tataren, Tsjetsjenen en Ingoesjen (1944) – collectief bestraft op afkomst. De tegenstelling ‘fascisme = rechts, communisme = links’ klopt niet.
5. De verschuivende vijand
Kenmerkend voor totalitaire regimes is dat de definitie van de vijand beweegt. Hitler liet tijdens de Nacht van de Lange Messen (1934) eigen SA-leiders vermoorden, Stalin zuiverde overtuigde communisten. Wie vandaag binnen de groep valt, kan morgen tot vijand worden verklaard zodra de staat de definitie mag bepalen.
6. De verticale as
Links-rechts beschrijft doelen, niet machtsuitoefening. Daarvoor is een verticale as nodig: begrensde versus onbegrensde staatsmacht.
Aan de ene kant een rechtsstaat met grondrechten en vreedzame machtswisseling. Aan de andere kant een staat die bepaalt wat je mag denken en organiseren. Op die as lijken het fascisme van Gentile/Mussolini, het nazisme en het stalinisme op elkaar.
7. Conclusie: begrenzing, niet etiket
Een ideaal kan klinken als bevrijding van de arbeider of verheffing van de natie. Zodra de staat onbegrensde bevoegdheden opeist om dat ideaal af te dwingen, wordt vrijheid onderdrukt.
Een sterke overheid is niet hetzelfde als een totalitaire overheid. Het verschil zit in begrenzing en in het recht van burgers om machthebbers te controleren en te vervangen.
Gentiles geschiedenis laat zien: een linkse idee – dat het individu pas betekenis krijgt in het collectief en de staat de hoogste uitdrukking daarvan is – kan, onbegrensd doorgevoerd, de rechtvaardiging worden voor absolute macht. Niet het etiket beschermt, maar de instellingen die macht begrenzen.
8. Laatste conclusie
Rechts wil zo min mogelijk staatsbemoeienis, links zo veel mogelijk.
Wie uitgaat van zo veel mogelijk staat, bouwt per definitie meer instrumenten voor dwang, controle en herverdeling. Daarmee heeft links de grootste inherente mogelijkheid om – wanneer begrenzing wegvalt – in een dictatoriale variant verzeild te raken. Niet omdat elke linkse maatregel dictatuur is, maar omdat de schaal van de staat de schaal van een mogelijke ontsporing bepaalt.